Ken je die uitspraak: “De wens is de vader van de gedachte”? Pfoei. Als dat echt zo was, dan had ik inmiddels al een indrukwekkend strafblad, al m’n geld verbrast en minstens vijf mensen onvrijwillig de waarheid verteld. Want laten we eerlijk zijn: we denken de hele dag door de meest uiteenlopende, vreemde, soms ronduit onhandige dingen. Als elke gedachte meteen een wens was om uit te voeren, zou de wereld er — zacht uitgedrukt — heel anders uitzien.
In die zin klopt de uitspraak eigenlijk niet helemaal. De wens is niet de vader van de gedachte. Sterker nog: de wens is vaak het kind van de gedachte. Gedachten komen op, soms totaal ongefilterd. Ze botsen, schuren, overdrijven en fantaseren. Pas daarna ontstaat er iets als een wens: zou ik dit willen? En daarna komt de belangrijkste stap: ga ik er ook iets mee doen?
Daar komt de daad om de hoek kijken. En misschien is het juist wel zo dat de daad de vader van de gedachte is. Want wat we doen, wat we kiezen om uit te voeren, bepaalt uiteindelijk hoe we denken over onszelf, anderen en de wereld.
Het kind en de vader in je hoofd
Zie je innerlijke wereld eens als een gezin. Het kind in jou denkt vrijuit. Het droomt, fantaseert, scheldt in gedachten, wil soms weglopen of iets roepen wat écht niet kan. Dat kind mag er zijn. Sterker nog: zonder dat kind wordt het leven saai, kleurloos en veel te serieus.
Maar het probleem ontstaat wanneer het kind het stuur overneemt.
Daarom heb je ook een vader nodig. Niet per se streng, maar wel verstandig. De vader in jou kijkt naar de gedachte en vraagt: Is dit slim? Is dit helpend? Is dit het juiste moment? Niet elke gedachte hoeft onderdrukt te worden, maar ook niet elke gedachte hoeft een daad te worden.
Wanneer je die metafoor serieus neemt, wordt keuzes maken ineens een stuk overzichtelijker. Het kind mag wensen. De vader beslist wat er gebeurt.
Mijn baas is een l*l (en nu?)
Neem een herkenbaar voorbeeld. Vind ik mijn baas een l*l? Ja. Zou ik dat willen zeggen? Absoluut. Hardop. Met handgebaren. Misschien zelfs creatief verwoord.
Ga ik dat ook doen? Nee.
Niet omdat de gedachte fout is, maar omdat de daad consequenties heeft. De volwassen, verstandige vader in mij stelt dan vragen: Wat wil ik bereiken? Wat is het juiste moment? Wie moet dit horen? En hoe kan ik dit zeggen zonder mezelf in de problemen te brengen?
Misschien betekent dat: wachten. Misschien betekent het: het gesprek aangaan, maar op een rustige manier. Misschien betekent het ook: helemaal niets zeggen, omdat zwijgen soms simpelweg de verstandigste keuze is.
Volwassen zijn betekent niet dat je geen gedachten meer hebt. Het betekent dat je leert kiezen welke gedachten je omzet in daden.
Fouten horen erbij
En laten we eerlijk zijn: soms faalt de vader. Soms krijgt het kind tóch het stuur in handen. Dan flap je er iets uit. Dan maak je een keuze die achteraf niet zo handig was. Dat hoort erbij. Dat is menselijk.
Het stukje kind blijft altijd in ons. Gelukkig maar. Zonder dat kind zouden we nooit dromen, wensen of nieuwe ideeën hebben. Maar zonder die innerlijke vader zouden we onszelf voortdurend saboteren.
De kunst zit hem in de balans.
Laat het kind dromen en wensen. Laat het fantaseren over andere levens, scherpe opmerkingen en wilde plannen. Maar laat de vader beslissen welke gedachten de moeite waard zijn om om te zetten in actie.
Niet elke wens hoeft een daad te worden. Maar elke daad verdient wel een bewuste keuze. En misschien is dat wel de echte volwassenheid: niet minder denken, maar wijzer handelen.